Kinderopvang

Sinds 1 januari 2007 zijn scholen wettelijk verplicht een dagarrangement van 7.30 tot 18.30 uur aan te bieden de ouders daarom vragen (motie Van Aartsen – Bos). Zij hoeven dit niet zelf te organiseren, zij kunnen samenwerken met kinderopvangorganisaties die buitenschoolse opvang aanbieden. Daarnaast bieden brede scholen vaak ook hele dagopvang aan voor 0-4 jarigen (de crèche) en  tieneropvang voor oudere kinderen uit de buurt.

Kinderopvang in de brede school maakt het voor werkende ouders makkelijker om arbeid en zorg te combineren. Na de peuterspeelzaal wordt de kinderopvang het meest genoemd als partner in de brede school.

Wie zijn de partijen?

Kinderopvang is een aanbod van kinderopvangaanbieders. We hebben het dan over:

  • Kinderdagopvang voor 0-4 jarigen en
  • Buitenschoolse opvang voor basisschoolleerlingen.

De kwaliteit en de financiering van de kinderopvang is geregeld in de Wet kinderopvang (2005). Ouders ontvangen een inkomstenafhankelijke kinderopvangtoeslag via de Belastingdienst als zij arbeid en zorg combineren en gebruik maken van een kindcentrum dat geregistreerd is in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen.

De overblijf (tussenschoolse opvang) en tieneropvang vallen niet onder Wet kinderopvang.  Ouders ontvangen geen bijdrage in de kosten.

Zowel een welzijnsinstelling als commerciële kinderopvangaanbieders kunnen de kinderopvang verzorgen. Soms zien we twee verschillende aanbieders van kinderopvang en buitenschoolse opvang in één brede school.

De meerwaarde van kinderopvang voor de brede school

Voor de brede school is de kinderopvang een belangrijke partner om dagarrangementen voor kinderen te realiseren. . wil zeggen: een doorlopend aanbod van opvang, onderwijs en culturele, sportieve en educatieve activiteiten voor, tijdens en na schooltijd.

Daarnaast is het pedagogisch beleid van kinderdagverblijven en de buitenschoolse opvang een belangrijk element in de doorgaande ontwikkelingslijnen in de brede school. Kinderopvanginstellingen hebben verplicht een pedagogisch beleidsplan. Hierin staat een beschrijving van:

  • de visie op en het omgaan met kinderen;
  • de overdracht van normen en waarden;
  • het scheppen van spel- en ontwikkelingsmogelijkheden;
  • de samenwerking met ouders;
  • het omgaan met gebeurtenissen als ziekte, mishandeling en andere calamiteiten.

Ook zijn kinderopvanginstellingen verplicht om specifieke aandacht te besteden aan het welbevinden van kinderen en de resultaten te gebruiken voor de verbetering van het pedagogisch klimaat. De samenwerkingspartners in de brede school kunnen gebruik maken van de ervaringen die de kinderopvang heeft met het ontwikkelen van pedagogisch beleid en het werken met een pedagogisch beleidsplan.

Ook biedt de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang de mogelijkheid om personeel flexibel in te zetten, zoals de ‘fritidspedagoger’. Deze functie is in Zweden ontwikkeld en combineert de functie van onderwijsassistent met die van medewerker in de buitenschoolse opvang. Dergelijke combinatiefuncties [homepage>thema’s>combinatiefunctionarissen] kunnen er ook toe leiden dat er meer eenheid komt in het pedagogisch beleid.

Het belang van de brede school voor de kinderopvang

Voor de kinderopvang is het om verschillende redenen aantrekkelijk om te participeren in een brede school:

  1. De brede school biedt mogelijkheden om ruimtes te delen of te combineren, waardoor de exploitatiekosten dalen. Bij het multifunctioneel gebruik van ruimtes vraagt de inrichting wel bijzondere aandacht. Zo is het bij de naschoolse opvang belangrijk dat de onderwijsruimtes en de ruimtes voor de buitenschoolse opvang een verschillende sfeer uitstralen, zodat kinderen niet het idee krijgen na schooltijd nog steeds op school te zijn.
  2. In landelijke gebieden zijn zelfstandige voorzieningen voor kinderopvang vaak financieel niet haalbaar. Een brede school kan dan uitkomst bieden door de lagere exploitatiekosten.
  3. Inhoudelijk gezien is het aantrekkelijk om samen te werken, met het oog op een doorlopende ontwikkeling van kinderen en de overdracht van gegevens.
  4. In de brede school is het gemakkelijker om de opvang aantrekkelijker te maken door samenwerking met aanbieders van culturele en sportieve naschoolse activiteiten.

De kinderopvangorganisatie als ondernemer dient er aan de andere kant rekening mee te houden dat er meerkosten kunnen ontstaan omdat er meer tijd voor overleg en coördinatie nodig is. Dat betekent dat het exploiteren van kinderopvang binnen een brede school moeilijker kan zijn dan exploitatie buiten een brede school. En dat in veel nieuwe brede schoolgebouwen de vierkante meterprijs en servicekosten hoger uit kunnen vallen.

Meer lezen?

  • Commissie Tieneropvang (2002). Ruimte voor tieners. Eindadvies commissie tieneropvang. Den Haag: Commissie Tieneropvang.
  • Daalen, R. van, Grubben, L., Pach, J. & Walraven, G. (2003). Brood op school, Inspirerende voorbeelden van tussenschoolse opvang. Amsterdam, DSP (in opdracht van de ministeries van OCW en SZW; te downloaden via: www.dsp-groep.nl).
  • Francissen Communicatie, Overblijven: goed geregeld! (te downloaden via www.minocw.nl)
  • Handboek Wet kinderopvang. (te downloaden via www.kinderopvang.net)
  • Onderwijsraad (2006). Een vlechtwerk van opvang en onderwijs. Den Haag: Onderwijsraad.
  • Schreuder, L. (2002). Leuk voor kinderen? Dagarrangementen op school. In: Vernieuwing, jrg. 61, nr.6, 19-21.
  • Schreuder, L., Valkestijn, M. & Hajer. F. (2005). Dagarrangementen in de brede school: een samenhangend aanbod van onderwijs, opvang en vrije tijd. Amsterdam: SWP/NJI.
  • Verantwoorde kinderopvang: verdere stappen naar de toekomst. Convenant kwaliteit kinderopvang. (te downloaden via www.kinderopvang.net)
  • Verhees, F. & Stijn, C. van (2004). De Brede School en de Wet kinderopvang. (te downloaden via www.kinderopvang.net)
  • Wilt, P. van der (2002). Handboek tussenschoolse opvang. Utrecht: IOS.