Overblijf

Sinds 1 augustus 2006 zijn de schoolbesturen verantwoordelijk voor het organiseren van tussenschoolse opvang (het overblijven), in overleg met de ouders.

Scholen kunnen hiervoor vrijwilligers inschakelen of de tussenschoolse opvang (tso) uitbesteden, bijvoorbeeld aan een kinderopvangorganisatie. De school is verantwoordelijk voor het toezicht op de kinderen tijdens de tso. De tso valt niet onder de Wet kinderopvang (Wko), ouders hebben dan ook geen recht op kinderopvangtoeslag voor de tso. Scholen ontvangen beperkte financiële middelen vanuit de lumpsum voor de tso (ongeveer €23 per leerling, bron: Over Overblijven, 2009) daarnaast betalen ouders een bijdrage voor de kosten van de tso (variërend van €1 tot €2,50 per kind per keer).

Sinds 1 augustus 2011 moet ten minste de helft van de overblijfkrachten zijn geschoold.  Ook moeten overblijfkrachten in bezit zijn van een Verklaring omtrent gedrag (VOG). Dit geldt ook voor vrijwilligers die incidenteel toezicht houden tijdens de tso. Verder zijn er geen kwaliteitseisen aan de tso gesteld. Het contrast tussen de schoolse setting, de tso en de bso is dan ook groot.

Continurooster en 5-gelijke dagen model

De traditionele tso duurt één uur. Daarnaast zijn de twee meest voorkomende modellen het 5-gelijkedagenmodel en het continurooster. In de beide modellen blijven alle leerlingen over en is de middagpauze onderdeel van de schooltijd. De school is verantwoordelijk voor het toezicht op de leerlingen, dit wordt vaak door het onderwijspersoneel verzorgd. Ouders hoeven geen bijdrage voor de tso te betalen omdat er sprake is van schooltijd.  Bij een continurooster is er sprake van een vrije woensdag- of vrijdagmiddag. In het 5-gelijkedagenmodel hebben de vijf schooldagen van de week eenzelfde lengte en is de tso een onderdeel van de schooltijd.

Websites