Zorg

In veel gemeenten zijn GGD, thuiszorg en (school)maatschappelijk werk actief betrokken bij de brede school. De samenwerking met de (jeugd)zorg richt zich meestal op preventie, signalering en doorverwijzing bij problemen van kinderen op sociaal-emotioneel en sociaal-maatschappelijk terrein.

Wie zijn de partijen?

De belangrijkste partners in de zorgsector zijn de thuiszorg en de GGD. Sinds 2003 zijn gemeenten wettelijk verplicht om integrale jeugdgezondheidszorg (JGZ) voor 0-19-jarigen te realiseren. De gemeente voert de regie over dit beleid en beschikt over de financiën. De thuiszorg (0- tot 4-jarigen) en de GGD (4- tot 19-jarigen) zijn samen verantwoordelijk voor de uitvoering. De thuiszorg (in sommige gemeenten de GGD) is verantwoordelijk voor de consultatiebureaus, die zicht houden op de ontwikkeling van de allerjongsten. De GGD controleert de lichamelijke en sociale ontwikkeling van schoolgaande kinderen door periodiek onderzoek door de jeugdarts en de jeugdverpleegkundige. Daarnaast zijn er diverse (ook regionaal opererende) instellingen die cursussen opvoedingsondersteuning aanbieden.

De meerwaarde van de zorgsector voor de brede school

Consultatiebureau

Het consultatiebureau is de beginschakel in de ketenbenadering van de zorg voor kinderen. Omdat het bureau een bijzonder groot bereik heeft onder zuigelingen, is zij een ideaal startpunt voor het opzetten van een doorgaande lijn voor 0- tot 12-jarigen op het gebied van preventie, voorlichting en informatie. Sinds de Tijdelijke Regeling Vroegsignalering (die is opgegaan in de Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid) hebben consultatiebureaus ook de taak om cognitieve achterstanden en taalachterstanden te signaleren en ouders te wijzen op programma’s voor opvoedingsondersteuning en voor ontwikkelings- en taalstimulering die onder andere in het kader van VVE in peuterspeelzalen worden aangeboden. Samenwerking tussen het consultatiebureau, het peuterspeelzaalwerk en een buurtnetwerk kan ervoor zorgen dat zoveel mogelijk doelgroepkinderen op een VVE-peuterspeelzaal terecht komen.

Schoolmaatschappelijk werk

Op steeds meer scholen is de inzet van schoolmaatschappelijk werk een essentieel onderdeel van de (leerling)zorg. Schoolmaatschappelijk werk biedt hulp aan ouders en kinderen en ondersteunt en ontlast de school bij psychosociale problemen. Ook vormt het vaak een brug, samen met de intern begeleider, tussen de school, de ouders en de externe instellingen voor jeugdzorg, maatschappelijke dienstverlening en opvoedingsondersteuning.

Schoolmaatschappelijk werk wordt aangeboden door verschillende instellingen:

  • het algemeen maatschappelijk werk;
  • bureau jeugdzorg;
  • onderwijsbegeleidingsdienst;
  • MEE;
  • zelfstandig in dienst genomen maatschappelijk werkers bij schoolbesturen of gemeenten.

Er is binnen brede scholen steeds meer behoefte aan uitbreiding van het maatschappelijk werk naar de voorschoolse periode (peuterspeelzaal, voorschool). Zo kan vroegtijdig worden ingegrepen of hulp geboden. Bij het ontwerp van nieuwe brede scholen in multifunctionele accommodaties kan men rekening houden met een gespreksruimte voor (school)maatschappelijk werk. Men kan voorzien in de behoefte aan privacy voor de cliënten door bijvoorbeeld een eigen ingang en een apart telefoonnummer

Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG)

Een Centrum voor Jeugd en Gezin is een instelling voor jeugdzorg op gemeentelijk niveau in Nederland.

In verschillende plaatsen bestonden al vergelijkbare centra onder verschillende namen, zoals JONG, Ouder Kind Centrum en Oké-punt. In 2007 kwamen de CJG’s tot stand. Bestaande centra werden in de nieuwe plannen opgenomen.

De CJG’s combineren verschillende vormen van voorlichting en begeleiding, en werken samen met jeugdzorg en de consultatiebureaus. Gemeenten voeren zelf de regierol in en geven een eigen invulling aan de CJG’s, die bedoeld zijn als centra waar jongeren en ouders makkelijk naar binnen kunnen lopen met de meest uiteenlopende vragen over opgroeien en opvoeding. In sommige gemeenten zijn CJG’s gehuisvest in brede scholen omdat dat laagdrempeliger is voor ouders.

Zorgadviesteams

Een Zorgadviesteam (ZAT) is een multidisciplinair overleg ten behoeve van de leerlingzorg. Het ZAT is vaak georganiseerd op bovenschools niveau, als aanvulling op het zorgteam van de school, het schoolmaatschappelijk werk en de jeugdgezondheidszorg. In de Zorgadviesteams wordt de aansluiting gemaakt met Bureau Jeugdzorg, Passend onderwijs, speciaal onderwijs en de Centra voor Jeugd en Gezin. De ZAT’s vervangen steeds meer de buurtnetwerken jeugdhulpverlening, die al langere tijd in een aantal gemeenten functioneerden.

De Zorgadviesteams komen voort uit de advisering van Operatie Jong, een project van verschillende ministeries om samenhang aan te brengen in het jeugdbeleid, in beleid en praktijk. Eén van de actiepunten van Operatie Jong was het opzetten van zorgstructuren in en om de school.

In het ZAT wordt de problematiek van het kind gesignaleerd en wordt bepaald waar het kind het beste naar verwezen kan worden. De deelnemers zijn medewerkers van de ‘vindplaatsen’ (school, peuterspeelzaal) en van de zorginstellingen (Bureau Jeugdzorg, thuiszorg, GGD, maatschappelijk werk). Een coördinator zorgt voor de voortgang.

Gezondheidszorg

Sommige brede scholen nemen (geestelijke) gezondheidszorg op in hun basisaanbod. Daarbij kan het gaan om huisartsen, fysiotherapie, logopedie, maatschappelijk werk, psychologen etc. Soms zijn al deze voorzieningen onder één dak gehuisvest in de brede school. In andere gevallen is er sprake van een gezondheidscentrum op loopafstand van de brede school. Naast gezondheidszorg voor leerlingen kan het hier ook gaan om zorg voor ouders of wijkbewoners.

Het belang van de brede school voor de zorgsector

De meerwaarde van de brede school voor de zorgsector is een beter bereik van de doelgroep. Door nauwere samenwerking met onderwijs en welzijn kan de zorgsector dichter bij haar doelgroepen opereren, vindt doorverwijzing sneller plaats en hebben preventieve activiteiten een grotere impact.

Zorginstellingen signaleren dat de psychosociale en sociaal-emotionele problematiek van kinderen in achterstandswijken niet door scholen alleen is op te lossen en dat ouders in die wijken moeilijker te bereiken zijn. Ouders weten vaak niet weten welke instanties er zijn en wat ze doen en hoe de weg naar de juiste instantie te vinden. Ook spelen taal- en cultuurproblemen een rol. Door samen te werken in een brede school kunnen deze knelpunten aangepakt worden. Een brede school is laagdrempelig, waardoor ouders en kinderen makkelijker binnenlopen bij (jeugd)gezondheidszorg en maatschappelijk werk. Er kunnen voorlichting en cursussen aan ouders en kinderen gegeven worden. Bijvoorbeeld over opvoeding of sociale vaardigheden.

Scholing van personeel van brede scholen op het gebied van vroegsignalering kan gerichter plaatsvinden en het personeel kan beter op de hoogte blijven van elkaars werkwijzen. Daarnaast kan men winst boeken in de huisvesting door multifunctionele ruimten te creëren voor bijvoorbeeld schoolarts, consultatiebureau of opvoedwinkel.

Tips

1.  Inventariseer vraag en aanbod

Voer een inventarisatie uit van vraag en aanbod van de verschillende instellingen om eventuele overlap op te sporen. Maak een sociale kaart.

2.  Maak afspraken over privacy

Samenwerking tussen instellingen over zorg vraagt om precieze hantering van privacyregels. Maak hierover goede afspraken en vraag ouders om

3.  Zorg voor korte lijnen

Zorg voor korte communicatielijnen, waardoor tijdig actie kan worden ondernomen bij (dreigende) problemen.

4.  Houd rekening met verschillen in regelgeving

Houd rekening met de verschillende wet- en regelgeving van de sectoren en de andere wijze van financiering. Dat laatste geldt vooral voor de Bureaus Jeugdzorg die onder de provincie of een grootstedelijke regio vallen.

Meer lezen?

  • Boschdriesz, M. & Kenkel, J. (2006). Schoolmaatschappelijk werk in uitvoering. Handreiking schoolmaatschappelijk werk in het primair onderwijs. LCOJ, VVMW en WSNS+. Alkmaar: Buro Extern.
  • De Gideonsgemeenten (2006). Opvoed – en opgroeiondersteuning als lokale basisvoorziening (gemeenten Eindhoven, Rotterdam, Almelo, Delft, Oude IJsselstreek, Urk, KPC/CoAct).
  • Pannebakker, M. & Snijders, J. (2003). Netwerken 0-12. Amsterdam: SWP.
  • Sardes (2006). Op weg naar zorgplicht en passend onderwijs. Sardes speciale editie, nr. 1, Utrecht: Sardes.
  • Sauerwein, L. (2005). Privacy op scholen en in multidisciplinaire zorgteams: de 40 meest gestelde vragen over privacy van leerlingen. Amsterdam/Utrecht: SWP Uitgeverij/ NIZW Jeugd

 

www.nji.nl (Nederlands Jeugd Instituut)
www.nvmw.nl (Nederlandse Vereniging voor Maatschappelijk Werkers)
www.wetmaatschappelijkeondersteuning.nl
www.jeugdinterventies.nl
www.onderwijsjeugdzorg.nl
www.zios.nl (Zorg in en om de school)
www.platformwsns.nl