Sport

Op dit moment zijn er in Nederland ongeveer 29.000 officieel geregistreerde sportverenigingen actief, naast 1800 fitnesscentra en sportscholen. Sport krijgt ook binnen brede scholen steeds meer aandacht. Sportverenigingen zijn steeds vaker actief betrokken bij de uitvoering van het aanbod. Bij de invulling van het activiteitenprogramma scoren sport en bewegen hoog bij ouders en kinderen. In veel nieuwe multifunctionele gebouwen vormt de sporthal of gymzaal één van de onderdelen van het complex.

Wie zijn de partijen in deze sector?

De samenwerkingspartners in de sector sport bestaan uit

  • sportverenigingen voor het beoefenen van teamsporten, zoals voetbalclubs, hockeyclubs, en basketbalverenigingen;
  • verenigingen voor individuele sporten, zoals judo of jazz-dance;
  • professionele sportclubs, waar de professionele spelers een modelrol vervullen voor de kinderen.

De dienst Sport en Recreatie van de gemeente is vaak samenwerkingspartner in de brede school.

De meerwaarde van de sportsector voor de brede school

Sporten geeft een belangrijke impuls aan de ontwikkeling van kinderen. In de eerste plaats bevordert sporten de gezondheid. Verder biedt sport mogelijkheden voor het ontwikkelen van sociale competenties, zoals:

  • het leren hanteren van regels en normen (‘fair play’);
  • omgaan met winst en verlies;
  • groepsnormen herkennen;
  • leiderschap;
  • agressiebeheersing;
  • omgaan met teleurstellingen.

Ook kan sporten de weerbaarheid bevorderen. Sport activeert sociale banden: samenwerken en samen dingen doen. Tenslotte kan sporten in clubverband een opstap zijn naar maatschappelijke participatie in het verenigingsleven.

Door sport in de brede school te halen wordt sporten vanzelfsprekender en laagdrempeliger en kunnen kinderen enthousiast raken voor sportactiviteiten. Dit is vooral van belang voor kinderen in achterstandswijken. Zij worden van huis uit meestal minder gestimuleerd om lid te worden van een sportvereniging. Of hun ouders vinden het te duur. Brede scholen die zich meer richten op tweeverdieners maken het ouders gemakkelijker om sportactiviteiten van hun kinderen te combineren met eigen werkzaamheden. Door samenwerking met sportclubs kunnen het aanbod en de tijden afgestemd worden op het schoolrooster of de buitenschoolse opvang.

Het belang van de brede school voor de sportsector

De belangrijkste meerwaarde van de brede school voor de sportsector is de bevordering van de doorstroom van leerlingen (maar ook ouders en buurtbewoners) naar verenigingen. De brede school biedt sportorganisaties een platform om zich te profileren. Eventuele toekomstige leden kunnen vrijblijvend kennismaken met een diversiteit aan sportieve activiteiten en vervolgens geworven worden voor een regulier lidmaatschap.

Sport en buitenschoolse opvang als onderdeel van een brede school.

Een belangrijke ontwikkeling is de samenwerking van sportverenigingen met naschoolse opvang. De naschoolse opvang is dan gesitueerd in de accommodatie van de sportvereniging. Kinderen kunnen gebruik maken van de aanwezige sportfaciliteiten. De opvang wordt verzorgd door een professionele kinderopvangorganisatie. Naast een huurovereenkomst wordt ook een samenwerkingsovereenkomst afgesloten. De samenwerking kan formeel worden vastgelegd door een aparte stichting op te richten. Dit voorkomt onverantwoorde financiële risico’s voor de sportvereniging.

Om samenwerking inhoudelijk goed vorm te geven is het belangrijk dat de sportvereniging en de kinderopvang een gezamenlijk sport-pedagogisch beleidsplan opstellen. Hierin worden de gezamenlijke visie en de activiteiten beschreven. Het is daarnaast belangrijk dat de kinderopvang personeel inzet dat zich kan vinden in een ‘sportieve insteek’.

Ook bij deze vorm van samenwerking moet er voldoende aandacht zijn voor communicatie tussen de partijen, voor duidelijke afspraken over onderhoud en beheer en voor bouwtechnische aanpassingen (in verband met strenge GGD-eisen). Het is aan te raden om al in de initiatieffase de GGD te betrekken bij de plannen. Omdat sportverenigingen vaak buiten de bebouwde kom liggen, is een goede regeling van het vervoer belangrijk.

Samenwerking

Sport- en beweegplan

Als de brede school vooral wil inzetten op sportstimulering, is het aan te raden een sport- en beweegplan op te zetten. Hierin wordt beschreven hoe de partners binnen de brede school werken aan sportactivering via vrijwillige en verplichte sportactiviteiten. Het plan besteedt aandacht aan de verschillende leeftijdsfasen:

  • kleuters leren bijvoorbeeld in en om de school te bewegen en gebruik te maken van de openbare ruimte. Daarbij kunnen ook gerichte sport- en spelactiviteiten worden aangeboden. Sommige brede scholen geven kinderen de mogelijkheid om hun zwemdiploma te halen, bijvoorbeeld door in de vakanties zwemlessen te geven.
  • In de middenbouw van de basisschool kunnen de sportactiviteiten worden uitgebreid door binnenschools en buitenschools aanbod. Via sportbuurtwerk oriënteren kinderen zich op sport- en spelactiviteiten, bijvoorbeeld door instuiven.
  • Vanaf de bovenbouw gaat de kennismaking met de sportverenigingen van start. Afhankelijk van de lokale situatie en de vragen vanuit de wijk wordt het plan concreet ingevuld.

Belangrijk voor een succesvolle uitvoering van het sport- en beweegplan is dat er iemand op de werkvloer is die de verbinding tussen brede school en sportverenigingen coördineert en stimuleert. Een vakleerkracht, een sportcoördinator, een leerkracht of PM met een taak op dit gebied, een buurt-sportcoach, combinatiefunctionaris of een gemeentemedewerker is, die ook tijd kan vrijmaken om het sportaanbod de school binnen te halen. Of te zorgen dat de sportaccommodaties t.b.v. de brede schoolactiviteiten gebruikt kunnen worden. Deze coördinator moet daarom contacten onderhouden met sportverenigingen en met het sportbuurtwerk. Daarnaast stemt hij/zij het aanbod af op de leeftijd van de leerlingen. Altijd in samenspraak met de collega leerkrachten en PM-ers, en de ouders. Aan de hand van vragen, behoefte. Aan de hand van een analyse.

Aandachtspunten bij multifunctioneel gebruik van ruimtes

Brede scholen hebben er veel profijt van als sport- en spelruimtes multifunctioneel en gezamenlijk worden ingezet. Ruimtes kunnen efficiënter gebruikt worden, staan minder leeg, er wordt ruimte gewonnen en er zijn waarschijnlijk extra materialen voorhanden. Samenwerking tussen vakleerkracht, opvangleidster en sportcoördinator zorgt voor meer afstemming en een betere doorstroom naar de sportvereniging.

Aandachtspunt is het maken van goede afspraken over beheer, exploitatie en onderhoud. Dit dient vanaf het begin goed geregeld te zijn. Bij nieuwbouw waarin sportaccommodaties worden geïntegreerd, is het verstandig om ook gebruikers te laten meedenken over het multifunctioneel gebruik van de sportaccommodatie. Dit voorkomt missers die later niet meer te herstellen zijn, bijvoorbeeld gebrek aan voldoende opslagruimte of materialen. Belangrijk is dat de plannen gemaakt worden vanuit bestaande normering, te vinden in het Handboek Sportaccommodaties (uitgave van ISA Sport/ NOC*NSF).

Tips

1 Zorg voor één aanspreekpunt

Versterk de samenwerking tussen sport en brede school door een sportcoördinator aan te stellen die als aanspreekpunt functioneert, de contacten tussen de partijen structureel vorm geeft en de communicatie tussen de brede school en de sportverenigingen op een hoger plan brengt.

2 Stem het aanbod af op leeftijden

Voor jonge kinderen (6-10 jaar) ligt kennismaking met verschillende soorten van sportbeoefening voor de hand. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een sportcarrousel waarin wekelijks een nieuwe sport aan bod komt. Voor de wat oudere kinderen gaat het om verdere bekwaming, toernooien en deelname aan sporten in clubverband.

Meer Lezen?

  • Groot Koerkamp, T., Sibbel, E. & Schrama, M. (2007). Gemeentelijk speelruimtebeleid, een praktische handleiding. Rotterdam: PJ Partners.
  • Leest, J. van der & Janssens, J. (2006). Jonge allochtonen en sport: publicaties en projecten. Den Bosch: W.H.J. Mulierinstituut.
  • Ministerie van OCW (2006). Regeling stimulering aanpassing huisvesting brede scholen en aanpassing sportaccommodaties i.v.m. multifunctioneel gebruik. Den Haag: OCW
  • NISB (2005). Breed in beweging, Bennekom: NISB
  • De gezondeschoolaanpak. Met deze aanpak wordt het effect vergroot door activiteiten te ondernemen op het gebied van signaleren, gezondheidseducatie, schoolomgeving en beleid. Het sport- en beweegplan is dan een onderdeel van beleid.

Websites: