Stand van zaken

Vanaf 1995 worden in verschillende gemeenten brede scholen ontwikkeld. In 2002 zijn er 450 brede basisscholen in Nederland. De prognose is op dat moment dat er in 2010 zo’n duizend brede scholen zullen zijn. In werkelijkheid zijn er in 2010 ongeveer 1600 brede basisscholen in 86% van de gemeenten. In 2013 is het aantal brede scholen in het basisonderwijs uitgegroeid tot 2200. Daarnaast geven 328 basisscholen aan dat zij deel uit maken van een IKC. Lees meer over de stand van zaken in:

H2 Wat levert het op?

Er is geen goed zicht op de opbrengsten van brede scholen. Bestaande onderzoeken richten zich vooral op het proces. En uit de onderzoeken naar de effecten op leerlingen blijkt dat er geen duidelijk verband te leggen is tussen de ontwikkeling van kinderen en de brede school. Dat komt doordat de brede school een complexe innovatie is waarin veel ontwikkelingen tegelijk spelen.

Uit een landelijke effectmeting blijkt dat brede scholen goed in staat zijn om leerlingen met een lage sociaaleconomische status te bereiken: zij doen relatief veel meer mee aan brede school activiteiten. En leerlingen die veel meedoen aan brede school activiteiten ontwikkelen zich in sociaal-emotioneel opzicht sneller. Voor de cognitieve ontwikkeling wordt zo’n verband niet gevonden (Kruiter, Rijken e.a., 2013). Ook in andere onderzoeken zien we een zelfde beeld (Heers, 2014).

Hoe komt dat? Om deze op zich teleurstellende resultaten te kunnen begrijpen moeten we inzicht krijgen in de processen. Door de snelle groei van het aantal brede scholen is een onduidelijke mix van algemene doelstellingen ontstaan: het gaat zowel om achterstandsbestrijding als om verrijking als om opvang van kinderen met werkende ouders. Bovendien vinden veel brede scholen het ingewikkeld om duidelijke doelen te stellen en daar activiteiten aan te koppelen. Vaak blijven de doelen heel algemeen (‘kansen bieden’, ‘talentontwikkeling’) en is er geen duidelijke relatie met de ingezette activiteiten.

Wat brede scholen in elk geval wel opleveren:

  • Een groter aanbod aan sportieve en culturele activiteiten. Daarmee krijgen kinderen kansen die ze van huis uit niet altijd krijgen. Ook blijkt dat juist kinderen in een achterstandssituatie meedoen aan deze activiteiten.
  • Een infrastructuur waarin verschillende partijen rondom het kind samenwerken. Dat geeft kortere lijnen en een betere zorgstructuur.

Meer lezen?