Aansprakelijkheid

Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid is niet hetzelfde.

Het schoolbestuur is verantwoordelijk tijdens de onderwijsactiviteiten en de houder kinderopvang tijdens de kinderopvangactiviteiten.

Tijdens brede school- of naschoolse activiteiten is de verantwoordelijkheid bepaald door degene met wie de ouder een formele relatie heeft. Als de ouder een contractuele relatie heeft met een aanbieder van naschoolse activiteiten, dan is de aanbieder van de naschoolse activiteit verantwoordelijk.

De houder van een bso is ten alle tijden, gedurende de contractuele bso-tijd, verantwoordelijk voor de kinderen van de ouders waarmee de houder een overeenkomst heeft afgesloten. Dus ook als kinderen onder bso-tijd deelnemen aan niet-bso-activiteiten.

Als er geen contractuele relatie is dan is degene die de activiteit organiseert verantwoordelijk. In het geval van naschoolse brede school activiteiten is dat vaak de schooldirecteur.

Het meest duidelijk wordt de vraag naar de verantwoordelijkheid als die benaderd wordt vanuit de aansprakelijkheid. We hebben het hier verder over dan ook over aansprakelijkheid. In de wet en rechtspraak is geregeld wanneer men de schade die aan een ander wordt toegebracht moet vergoeden.

Aansprakelijkheid in de brede school

Wanneer iemand die schade lijdt, vindt dat een school of kinderopvang deze schade moet vergoeden, zal hij de school of kinderopvang aansprakelijk moeten stellen. Deze aansprakelijkstelling wordt formeel gericht aan de rechtspersoon waaronder de kinderopvang of de school opereert. Bij scholen heet die rechtspersoon ook wel het bevoegd gezag, en heeft deze vaak de vorm van een stichting of vereniging. Een kinderopvang valt vaak onder een stichting of een besloten vennootschap.

Aansprakelijkheid kan verschillende grondslagen hebben:

  • Het tekortschieten in de nakoming van een overeenkomst met de ander.
    De tekortkoming moet toerekenbaar zijn, hetgeen betekent dat er geen overmacht in het spel mag zijn. Wanneer de nakoming van de overeenkomst nog mogelijk is, moet aan degene die tekort schiet een termijn gesteld worden waarbinnen hij uiterlijk moet nakomen. Dit heet een ingebrekestelling.
  • Het plegen van een onrechtmatige daad:
    Dit is een inbreuk op een recht of een doen of laten in strijd met een wettelijke plicht of in strijd met zorgvuldigheidsnormen. Van aansprakelijkheid is sprake als het onrechtmatige handelen of nalaten aan de ander toerekenbaar is en als dientengevolge schade is ontstaan.
  • Risicoaansprakelijkheid:
    Deze vorm van aansprakelijkheid vloeit voort uit een bepaalde hoedanigheid van de aansprakelijke. De belangrijkste vormen van risicoaansprakelijkheid zijn in dit kader: (a) Van de bezitter van een gebrekkige roerende zaak of opstal (dus materialen of gebouwen) voor daardoor veroorzaakte schade, (b) voor een ingeschakelde hulppersoon, ondergeschikte of niet ondergeschikte. Anderzijds (c) rust op een ouder een risicoaansprakelijkheid voor onrechtmatig handelen van een kind jonger dan 14 jaar.

Risicoaansprakelijkheid (3) is het meest eenvoudig aan te tonen, omdat hierbij geen rol speelt of de aansprakelijke ook schuld heeft aan de ontstane schade. Verder is het doorgaans moeilijker aan te tonen dat iemand aansprakelijk is op grond van een onrechtmatige daad (2) dan wegens het tekortschieten in de nakoming van een overeenkomst (1).

Kinderopvangorganisaties hebben een overeenkomst (het kinderopvang contract en de algemene voorwaarden)met de ouders van de kinderen die zij opvangen. Ook bestaat er vaak een overeenkomst tussen een school en een kinderopvangorganisatie over BSO en TSO. De inhoud van die overeenkomsten is mede bepalend voor de vraag of de kinderopvangorganisatie op basis van grondslag 1 aansprakelijk kan worden gesteld.

Of er ook tussen scholen en ouders een (onderwijs)overeenkomst geldt, is (behalve in het particulier onderwijs en het beroepsonderwijs) onduidelijk. Het is daarom niet geheel duidelijk of de grondslag voor aansprakelijkheid (als 3 niet aan de orde is) 1 of 2 moet zijn.

Op een school rust echter een zorgplicht ten aanzien van de gezondheid en de veiligheid van de leerlingen die aan zijn zorg zijn toevertrouwd en onder zijn toezicht staan. Deze zorgplicht heeft ook betrekking op de kwaliteit van het onderwijs en de fysieke en sociale veiligheid van de school. Vanwege deze zorgplicht geldt gebrekkig handelen van een school ten aanzien van een leerling sneller als een onrechtmatige daad (2) dan tussen twee willekeurige burgers het geval zou zijn. In mindere mate geldt deze zorgplicht ook voor een kinderopvang ten opzichte van een op te vangen kind.

Aan de zorgplicht kan invulling worden gegeven door onder meer de volgende zaken:

  • Is voorzien in (al dan niet wettelijk verplichte) richtlijnen, protocollen en documenten (schoolgids, meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, pestprotocol, protocollen ter voorkoming van ongevallen, misbruik en geweld)?;
  • Is de inhoud van deze protocollen in voldoende mate bij alle betrokkenen bekend en wordt daarnaar in een concreet geval gehandeld?;
  • Is er in de voorbereiding van een activiteit voldoende aandacht voor de inrichting van de ruimte en omgeving en de geschiktheid van de activiteit (gekoppeld aan de leeftijd en hoedanigheid van de kinderen).
  • Is degene die de activiteit uitvoert daartoe bevoegd?
  • Is voorzien in instructie en/of waarschuwingen bij de activiteit?
  • Is er voldoende hulp en toezicht tijdens de activiteit?
  • Als er sprake is van letsel of schade, is er adequaat en volgens de geldende richtlijnen en protocollen gehandeld?

Bij de vraag of een school of kinderopvang aansprakelijk is, is ook van belang op welk tijdstip de eventuele aansprakelijkheid speelt: onder, voor of na schooltijd. Onder schooltijd is het schoolbestuur aansprakelijk, voor en naschooltijd ligt het eraan onder welke hoedanigheid het kind deelnam aan de activiteit.

Aspecten verzekering

  • Heeft de ZZP-ers zelf een AVP-verzekering?
  • Dekt AVB van de school/bso ook activiteiten in het kader van brede school activiteiten?

Een verzekering dekt ALLEEN de wettelijke risicoaansprakelijkheid, geen contractuele aansprakelijkheid. Dus als iemand zijn contractuele afspraken niet nakomt, bijv. bij wanprestatie, dan geldt de AVP niet en is er sprake van een tekortkoming door de contractpartij.

Tip:

Overleg met uw gemeente of deze een paraplu AVP- verzekering voor alle brede school activiteiten af wil sluiten. Daarmee zijn alle brede schoolactiviteiten binnen de gemeente verzekerd.