Financieringsbronnen

Het volgende overzicht maakt duidelijk dat er veel verschillende financieringsbronnen zijn en dat de betrokkenen, vaak de gemeente, creatief moeten zijn bij het zoeken naar de diverse budgetten.

  1. Huisvestingsmiddelen investeringen in nieuwe gebouwen.
    Die worden aangevuld met huisvestingsbudgetten voor welzijnsaccommodaties, sporthallen, bibliotheken, centra voor de kunsten etc. Als er sprake is van een integraal huisvestingsplan (IHP), zal dat mogelijk herijkt moeten worden om ruimte te bieden aan multifunctionele accommodaties. Bundeling van die middelen vergt integraal voorzieningenbeleid en ontschotting van financieringsstromen. In veel gemeenten is men nog niet zover, maar de brede school kan dat proces versnellen
  2. Herinvesteren baten grondexploitatie
    Bij herhuisvesting of herstructurering van voorzieningen loont het de moeite om afspraken te maken met het grondbedrijf over de verkoop van vrijkomende grond. In sommige gemeenten wordt de opbrengst daarvan geïnvesteerd in nieuwe accommodaties voor de brede school.
  3. Eigen reserves gemeente
    Veel gemeenten zijn bereid eigen middelen in brede scholen te investeren Bijvoorbeeld vanuit de gedachte dat een brede school kan inspelen op nieuwe ontwikkelingen in de samenleving en wijken aantrekkelijker kan maken voor (nieuwe) bewoners
  4. Publiek-private samenwerking
    Ook (semi-)commerciële partners kunnen bijdragen aan de begroting, bijvoorbeeld woningcorporaties, projectontwikkelaars, grote schoolbesturen en instellingen voor kinderopvang. Het is wel zaak om oog te hebben voor verschillen in belangen. Een brede school is in de eerste plaats een publieke voorziening zonder winstoogmerk. Economische baten komen overigens wel in beeld, bijvoorbeeld stijging van huizenprijzen in de omgeving van een brede school
  5. Subsidiegelden
    Brede scholen bieden qua doelstellingen uitstekende aanknopingspunten voor het bundelen van subsidiestromen. Denk aan de rijksmiddelen voor bijvoorbeeld voor- en vroegschoolse educatie, schakelklassen, dagarrangementen en combinatiefuncties, kinderopvang, cultuureducatie, onderwijsachterstanden, jeugdbeleid, het grotestedenbeleid, stedelijke vernieuwing en de 40-wijken aanpak. Ook provincies ondersteunen soms de brede school met extra middelen.
  6. Ombuigen reguliere budgetten
    Afspraken met bijvoorbeeld welzijnsinstellingen, centra voor kunst & cultuur, zorginstellingen en sportaanbieders over nieuw aanbod en dienstverlening op en rond brede scholen. Dit is een langetermijnstrategie, dus tijdig starten is de boodschap. Als de visie op de brede school gestalte krijgt, kunnen de gesprekken tussen gemeente en gesubsidieerde instellingen een aanvang nemen. Meerjarige beleidsafspraken zijn nodig om de brede school te positioneren binnen de betrokken organisaties. Dat kan op termijn ook consequenties hebben voor bijvoorbeeld personeelsbeleid.
  7. Gesubsidieerde banen
    Voor een deel van de beheertaken (bijvoorbeeld telefoon, receptie, bardienst, conciërge) kunnen wellicht gesubsidieerde banen (vergelijk de voormalige Melkert/ID-banen) worden ingezet.
  8.  Huuropbrengsten
    Vanaf het moment dat het gebouw in gebruik wordt genomen kan de verhuur aan gebruikers inkomsten genereren. Dit kan men aanvullen met opbrengsten uit verhuur van ruimten (vergaderzalen, cursusruimten, feestzaal) aan derden. Maak de exploitatiebegroting vooraf op basis van reële huren.