Bedrijfsmodellen

Elke brede school of IKC is anders. Daarom geven we geen pasklaar bedrijfsmodel. De bedrijfsmodellen hieronder bieden wel een houvast bij het maken van keuzes voor de invulling van een brede school of IKC.

Een bedrijfsmodel bestaat uit afspraken over:

  • Gebouw: beheer en exploitatie
  • Organisatie: organogram en front- en backoffice
  • Personeel: functies, (integraal) personeelsbeleid
  • Financiering: kosten en afspraken over het delen van kosten

Er zijn twee basisvarianten als bedrijfsmodel, met elk diverse varianten:

  1. Het ‘buren’ model
  2. Het integraal model

Het ‘buren’ model

Dit is het bedrijfsmodel voor de klassieke brede school, de netwerk brede school, de MFA, en het compact model (zie verschijningsvormen). De partners werken samen in brede school activiteiten en in de afstemming daarvan. De partners in de brede school blijven zelfstandige organisaties met elk een eigen directie en aansturing. Brede scholen die het burenmodel gebruiken kunnen in één gebouw zijn gehuisvest, maar op meerdere locaties in de wijk.

Het gebouw

Meerdere gebouwen

De gebruiker/ huurdervan elk gebouw is verantwoordelijk voor de facilitaire exploitatie en het beheer van het betreffende gebouw. Onderling kunnen de partners afspraken maken over het gebruik van elkaars ruimten en of daar wel of geen kosten voor worden berekend.

Eén gebouw

Als alle partners in één gebouw (een MFA) gehuisvest worden is het belangrijk om vooraf afspraken te maken over beheer en exploitatie:

  • Wie is verantwoordelijk voor de exploitatie van het gebouw?
  • Wie gebruikt welke ruimten wanneer?
  • Wie betaalt aan wie voor het gebruik daarvan?
  • Wie ‘regelt’ het gebruik?

Meer hierover leest u bij Beheer en exploitatie.

Organisatie

De organisatie van een brede school is afhankelijk van de verschijningsvorm. De meest vergaande samenwerkingsvorm is momenteel het IKC. Hier is sprake van één front office, één leider, één team, één visie en aanpak, één formeel ouderorgaan enz. Bij deze organisatievorm bestaat de back office vaak nog wel uit meerdere organisaties. Bij het IKC is dat bijna altijd de school en de kinderopvangorganisatie. Verschillen in wetgeving, financiering en CAO zijn vaak nog een drempel of zelfs belemmering om tot één juridische entiteit over te gaan. Aan de andere kant, zo heeft het Landelijk Steunpunt geconstateerd ( zie knelpunten IKLC brochure) staan deze verschillen een intensieve en effectieve samenwerking tussen kinderopvang en primair onderwijs niet in de weg.

Zie verschijningsvormen van de brede school/organisatie

Personeel

De partners hebben ieder hun eigen medewerkers, met de bij de werksoort passende CAO en een eigen personeelsbeleid. De partners kunnen gezamenlijk besluiten dat ze bijvoorbeeld een beheerder of brede school coördinator aan stellen, die werkt voor elk van de organisaties. Deze persoon wordt dan aangesteld bij één van de partners, of bij bijvoorbeeld een stichting brede school.

Meer hierover leest u bij Personeel en organisatie.

Financiering

De partners hebben ieder een eigen financiering en zijn ook alleen verantwoordelijk voor hun eigen financiering. Voor gezamenlijke projecten of activiteiten wordt een aparte projectfinanciering opgezet, eventueel met bijdragen van de verschillende partners.