Eigendom

De keuze voor een eigendomsconstructie wordt bepaald door de functie van het gebouw. We onderscheiden de volgende varianten (ontleend aan Oberon & Stichting brede school Nederland, 2006):

  • De gemeente is eigenaar en geeft het gebouw in gebruik aan de betrokken partijen. Met onderwijs wordt een regeling getroffen waarin de school het gebruiksrecht krijgt (gebruiksovereenkomst). Met de overige gebruikers sluit de gemeente een huurovereenkomst af, waarbij zij eventueel gedifferentieerde tarieven (commercieel versus sociaal in geval van medegebruik) hanteert.
  • Een woningcorporatie is eigenaar en bepaalt een huursom en een vergoeding voor servicelasten. De gemeente kan optreden als hoofdhuurder en het gebouw aan gebruikers onderverhuren. Zo kan zij invloed uitoefenen op de functies in de accommodatie. Het is ook mogelijk dat gebruikers rechtstreeks zaken doen met de corporatie.
  • Het schoolbestuur is eigenaar en maakt afspraken met overige gebruikers via de medegebruiksregeling in de huisvestingsverordening van de gemeente. Deze variant is vooral van toepassing bij kleinschalig medegebruik (van lokalen) door peuterspeelzaal of niet-commerciële buitenschoolse . Als er een commerciële marktpartij betrokken is, zoals de kinderopvang, wordt aan die partij een huurbedrag in rekening gebracht. Als de gemeente voorinvesteert voor de kinderopvang en het schoolbestuur int de huur, dan worden afspraken gemaakt over afdracht van de kale huur van schoolbestuur aan gemeente én over het leegstandsrisico. Het is ook mogelijk dat de kinderopvang eigenaar wordt (zie onder).
  • Er is een vereniging van eigenaren. Hiervoor kan men kiezen als het schoolbestuur de school in eigendom wil hebben en de gemeente de rest. Deze constructie wordt ook gebruikt als woningen deel uitmaken van de MFA. In Zoeterwoude Dorp kiest men bijvoorbeeld voor een brede school met drie eigenaren, verenigd in een Vereniging van Eigenaren (VVE): gemeente, schoolbestuur en kinderopvang.