Monitor

Met een monitor verzamel je continu gegevens over het proces en de opbrengst van de brede school. De opbrengst kan worden uitgedrukt in de termen ‘output’ en ‘outcome’. Wat levert de brede school op en wat betekent dat voor kinderen, ouders, de buurt en voor de samenleving als geheel? In het Handboek brede school  staat het verschil tussen output en outcome duidelijk beschreven.

Output

Een van de kenmerken van een brede school/IKC is dat ze meer activiteiten en diensten aanbieden dan andere scholen. Maar meer aanbod op zich is nog geen output of outcome. Het is het middel om tot output en outcome te komen. Wat telt is of mensen gebruik maken van het aanbod van de brede school. Concrete cijfers over de deelname aan aanbod en voorzieningen, daar gaat het om. Dat noemen we de ‘output’. Voor het creëren, uitbreiden of behouden van politiek draagvlak is het belangrijk om deze feitelijke uitkomsten terug te koppelen. Het biedt ook de mogelijkheid om de opbrengst van de verschillende projecten te vergelijken en geeft inzicht in wat werkt en wat niet.

Voorbeelden van mogelijke output zijn:

  • De doorstroom van doelgroepen naar sportverenigingen is toegenomen (toename lidmaatschap van 10% naar 30%).
  • Kinderen zijn meer gaan bewegen (van 1 uur naar 3 uur per week).
  • Kinderen eten dagelijks groente en fruit (tenminste een stuk fruit en een stuk groente per dag).
  • Leerlingen volgen extra onderwijs in taal, lezen en rekenen (toename van de leertijd met 6 uur per week).
  • Het aantal leerlingen dat gebruik maakt van tussen –en naschoolse opvang is toegenomen (van 30% naar 60%).
  • Er zijn meer ontmoetingen tussen wijkbewoners (aantal contactmomenten op en rond de brede school neemt toe van 5 naar 10 per jaar).
  • Publieke voorzieningen worden geconcentreerd in het hart van de wijk (aantal openbare gebouwen is verminderd van 8 naar 3, terwijl het aantal voorzieningen gelijk is gebleven).

Outcome

Wat de outcome van brede scholen/IKC betreft onderscheiden we (bij voorkeur meetbare) effecten op drie niveaus: kinderen, ouders en wijk. Daarbij gaat het om de meerwaarde van de brede school/IKC ten opzichte van gewone scholen en overige voorzieningen. Denk aan de volgende voorbeelden van effecten:

Kind

  • betere leerprestaties
  • minder uitval, hogere doorstroom naar vervolgonderwijs
  • gezonder, minder overgewicht
  • hogere sociale competentie, positiever zelfbeeld

Ouders

  • sterkere opvoedingsvaardigheden
  • hoger taal- en opleidingsniveau
  • toename in arbeidsmarktparticipatie

Wijk

  • sterkere sociale cohesie
  • betere sfeer, minder overlast
  • minder verloop onder bewoners
  • hogere huizenprijzen
  • schaalvoordelen grondexploitatie door vrijkomende gronden