Harmonisatie peuterspeelzaal en kinderopvang

In de samenwerking van scholen met kinderopvang en/of peuterspeelzalen speelt de huidige harmonisatie tussen peuterspeelzaalwerk en kinderopvang een belangrijke rol. Wat wordt de toekomst van het peuterspeelzaalwerk? Heeft deze nog bestaansrecht? Hoe gaat de gemeente om met haar taak betreffende de peuterspeelzaal? Op welke plaatsen wordt VVE (voor- en vroegschoolse educatie) aangeboden? Is het verstandig als de school zelf peuterspeelzaalwerk begint? In beleidsmatige zin kan deze harmonisatie van invloed zijn op de brede scholen.

De harmonisatie

Vanaf 1 januari 2016 gelden dezelfde kwaliteitseisen voor kinderopvang en peuterspeelzalen. Er is dan op dat punt geen verschil meer tussen kinderopvang en peuterspeelzalen. Daarnaast gaat de pedagogische kwaliteit in de toekomst omhoog. Er komt meer aandacht voor de ontwikkeling van kinderen”. Dit schrijven minister Asscher en Dekker op 1 december 2013.

Deze regeling noemen we in de volksmond “de harmonisatie”. De harmonisatieregeling is bedoeld om het verschil tussen peuterspeelzaal en kinderdagopvang op te heffen. Het gaat om het harmoniseren van wetgeving, regelgeving, financiering en inhoud. De wet OKE (2010) was daarvoor de eerste stap.

In deze wet werden vooral de kwaliteit van de voorschoolse voorzieningen en de toegankelijkheid van de peuterspeelzalen verbeterd. De contouren van de harmonisatie zijn geschetst, maar de uiteindelijke vormgeving is nog niet uitgekristalliseerd. Het breekpunt daarbij is de financiering.

Toch zijn veel gemeenten al gestart met harmoniseren. Vaak nemen kinderopvangorganisaties peuterspeelzaalwerk over of ze starten peuteropvang. Reguliere peuterspeelzalen sluiten omdat gemeenten bezuinigen op gemeentelijke uitgaven voor peuterspeelzaalwerk Dit geldt niet voor VVE-peuterspeelzalen. VVE middelen zijn namelijk geoormerkte middelen van het Rijk, die de gemeenten verplicht zijn in te zetten.

Meer lezen?